Home Preken Lukas 2,8-20 - De hemel gaat open - hoe reageer je? - ds. Hans Burger
Lukas 2,8-20 - De hemel gaat open - hoe reageer je? - ds. Hans Burger Afdrukken

Eerste kerstdag

 

 

Liturgie

 

Voorzang: LB 138,1.3.4 (Komt allen tezamen)   
Voorzang: EL 103,1.2.4 (In Bethlehems stal)
Voorzang: drie verzen (Heerlijk klonk het lied der eng’len; zie hieronder)
Stil gebed
Votum / groet
Zingen: Gez 83,1.2.4 Vrolijk zingen wij ons lied
Gebed
Schriftlezing: Lukas 2,1-20
Zingen Gez 85,1.2  Weet jij waarom Jezus (beurtzang)
Kindermoment
Zingen (projectlied): Refrein – vers 5 – refrein
Preek over Lukas 2,8-20
Zingen LB 135,1.3
Geloofsbelijdenis
Zingen LB 134,1.3 Eer zij God in onze dagen
Gebed
Collecte
Tijdens de collecte: Bart, Winy, Sandra, Jacquelien
- What Child is it
- LB 143 Stille nacht (vers 1 en 2, vers 3 samenzang met gemeente)
Zingen Ps 150,1
Zegen
Zingen: Ere zij God

 

 

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

 

 

Preek over Lukas 2,8-20 – De hemel gaat open – hoe reageer je?

 

 

Beste mensen, gasten en gemeente, broers en zussen in Jezus Christus,

 

 

1. De hemel gaat open. Dat is het thema van ons adventsproject. Nou, met Kerst gebeurt het. Kijk maar, je ziet het gebeuren: opeens wordt het licht. De herders zien engelen.

            Weet je het nog? De hemel ging open bij de schepping – God zag: het is zeer goed. Bij de toren van Babel – dit gaat niet goed. Bij Jacob – het komt toch goed. Bij de berg Sinaï: God leert ons wat goed is.

 

En nu dus weer. De hemel gaat open. Eerst is het één engel, met geweldig nieuws. En dan is het een leger van hemelse soldaten. Ze roepen het uit: Eer aan God in de hoogste hemel!

De hemel gaat open – God is goed! Daarom vieren we feest vandaag.

 

We vieren geen feest omdat we vanavond lekker gaan eten. Omdat het zo gezellig is. Omdat de kerstboom zo mooi is. De cadeautjes zo fijn. Nee.

 

Waarom vieren we kerst?

Omdat Jezus is geboren en de hemel open gaat.

Omdat de engel goed nieuws heeft: de beloofde redder is geboren.

Omdat God onze eer waard is

Omdat er vrede op aarde komt.

Omdat God van mensen houdt.

 

Toch is het ook lastig. De hemel ging open. Toen, in het veld bij Bethlehem. Is de hemel hier vandaag ook open? Kerst, het is een mooi verhaal. En er zijn veel mensen die het horen. Maar wat lijken we vaak op die mensen hier in Lukas 2 die het ook horen. Kijk maar in vers 18: de herders vertellen het, en allen die het horen staan verbaasd over wat de herders vertellen. Meer niet.

 

Ze hebben over Jezus gehoord.

Ze zijn verbaasd.

Ze gaan weer verder.

Ze zijn er niet anders door geworden.

 

En jij? Ben jij ook zoals die mensen uit Lukas 2,18?

Dat wil je toch niet?

Kunnen wij wat leren van de herders en van Maria? Kunnen zij ons helpen om niet gewoon verder te leven? Om niet gewoon te doen alsof er niks gebeurd is?

 

 

2. We beginnen met de herders.

 

Vergelijk het maar met mensen die in ploegendienst werken. Bijvoorbeeld in de patatfabriek in Oosterbierum. Je staat ’s nachts even buiten, klaar met werken, voor je naar huis rijdt. Nog even nakletsen, het is een mooie nacht. Je ziet het licht van de lantarens, verder is het donker. Jullie zijn de enigen die wakker zijn, verder slaapt iedereen. En dan opeens – het lijkt wel of er in een keer tien bouwlampen aanflitsen. Er staat een engel op het parkeerterrein bij de fabriek. Er is zonet een kind geboren! Jullie zijn als enige wakker, daarom kom ik het jullie vertellen. Ga maar kijken in het dorp. Het kan niet missen: het kind ligt in een grote afwasteil.

 

Zo zijn de herders ’s zomers met de schapen in het veld. Zij zijn de enigen die wakker zijn op dit tijdstip.

 

Wat zouden ze gedacht hebben? Ze weten van niks. Ze kennen Jozef en Maria niet. Ze weten niet van de engel Gabriël, of van een reis uit Nazareth naar Bethlehem. Ze hebben Lukas 1 en 2 nog nooit gelezen. Het is een nacht als alle andere. En dan opeens – wham – een engel.

 

Maar ze zijn wel joden. Ze kennen de wet en de profeten wel – ons eerste deel van de Bijbel. Ze weten dat koning David van lang geleden uit Bethlehem kwam. Ze weten dat straks ooit een keer de Messias zal komen.

 

En wat zegt die engel?

Die zegt dat precies dat kind geboren is!

In de stad van David!

Het is een redder die geboren is.

De gezalfde Heer.

 

Ik weet niet hoe bewust de herders met hun geloof bezig waren.

Ik weet niet of ze vaak baden, vaak naar de synagoge gingen.

 

Maar dit snappen ze heel goed.

Vannacht is precies op de goede plek de lang verwachte redder gekomen. Nu komt Gods rijk. De zoon van David, geboren in de stad van David. Nu gaat alles goed komen!

 

En ze zien met eigen ogen al die engelen – een leger van hemelse soldaten.

Ze horen het met eigen oren:

‘Eer aan God in de hoogste hemel

En vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft’.

 

Hoe gek ze het ook gevonden hebben misschien, een kind in een voederbak.

Wat kunnen ze anders dan naar Betlehem gaan? Natuurlijk gaan ze kijken. De engel stuurt ze er zelf naar toe!

 

En ze gaan, en ze vinden het zoals de engel heeft gezegd. Een kind, een moeder en een vader. Een baby in een voerbak. Enthousiast vertellen ze wat zij meegemaakt hebben. Enthousiast vertellen ze het later ook aan anderen. En ze loven en ze prijzen God. Het was allemaal precies zoals de engel had gezegd!

 

Wat kunnen wij leren van de herders? Kunnen zij ons helpen om anders te reageren dan die mensen uit 2,18?

 

Wij hebben geen engel gezien die het ons vertelt: Jezus is geboren.

Wij hebben niet zelf het kind gezien in de voerbak.

Wij hebben alleen hun verhaal…

Net zoals de mensen toen….

 

 

3. En Maria dan?

 

Hoe zou het met Maria zijn? Ze heeft haar eerste bevalling achter de rug. Wat is het anders gegaan dan zij gedacht had! Thuis was de babykamer klaar. De spulletjes stonden netjes op z’n plek. Alles voor de bevalling was geregeld. Ze wist wie ze kon roepen als de weeën goed op gang kwamen. Ze had tegen de bevalling opgezien, maar ze had alle vertrouwen gehad in de vroedvrouw van het dorp.

 

En nu? Nu ligt ze hier in Bethlehem in plaats van thuis in Nazareth. In een overvol huis. Mooi dat ze hier mochten zijn, maar ruimte om te bevallen was er niet. Je kunt wel beneden bevallen, de dieren zijn nu toch buiten, hadden ze gezegd. Ach, en dat kon ook wel. Maar de zoon van God in een voederbak? Maria kon wel janken. Zou de Allerhoogste niet boos op haar zijn, dat zijn zoon hier nu zo ligt? Wat was zij een slechte moeder!

 

Maar dan komen er mannen binnen. ‘Kijk – precies wat ze zeiden – hier is een baby in een voederbak. Dit moet hem zijn!’

Er hangt opeens eerbied om de mannen heen.

Ze zijn onder de indruk. ‘U bent de Messias, onze Heer. U bent de zoon van David’.

 

Hoe weten ze dat? Wat komen ze doen?

 

De mannen vertellen wat zij meegemaakt hebben. Wij zijn herders, en we hebben engelen gezien. Die stuurden ons naar Bethlehem, om een baby te zoeken in een voederbak. Want dat is de beloofde zoon van David, onze gezalfde Heer.

 

Denk je eens in hoe dat op Maria over gekomen is.

 

Wat moet het haar getroffen en bemoedigd hebben. Zij is hier niet eenzaam ver van huis. Zij is geen slechte moeder. De Allerhoogste is niet boos op haar. Een engel van God wist van die voederbak. Dankzij die voederbak hebben de herders Jezus gevonden!

 

Die herders zeggen het precies zoals het is: in de stad van David is een redder geboren. Het is juist Gods bedoeling dat Jezus in de stad van David geboren wordt. Hij is de messias, de Heer – de zoon van David! En zij mag de moeder van die baby zijn! God heeft hen niet in de steek gelaten.

 

Het heeft Maria diep getroffen. Kijk maar in vers 19. Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef er over nadenken.

 

Wat kunnen wij van Maria leren? Kan zij ons helpen om anders te reageren dan de mensen uit Lukas 2,18?

 

Wij hebben niet net een superspeciale bevalling achter de rug: niet alleen je eerste bevalling, maar ook nog eens van de beloofde redder, de zoon van de Allerhoogste.

Wij zijn niet na alle voorbereidingen van een bevalling hals over kop ergens anders beland.

Wij voelen ons niet daarom een slechte moeder – ik kan zelf niet eens moeder worden.

Dus hoe kan ik van haar leren?

 

 

4. Moeten wij dan net zo zijn als die mensen uit 2,18: we luisteren, we zijn verbaasd, en er verandert niks? We gaan gewoon weer verder – wij zijn er niet anders van geworden. Na de kerstvakantie gaan we weer aan het werk, weer naar school, we pakken ons leventje weer op?

 

Waren wij maar de herders – wham – een engel die vertelt: Jezus is geboren. Waren wij maar Maria – de kleine Jezus aan jouw borst.

 

En hebben wij het niet nog moeilijker dan die mensen toen? Die mensen toen konden Jezus later nog eens ontmoeten. Ze konden zijn wonderen zien, zijn preken horen.

 

Maar weet je wat Jezus zelf zegt, in Lucas 11,27-28?

Terwijl hij dit zei, verhief een vrouw uit de menigte haar stem en riep tegen hem: ‘Gelukkig de schoot die u gedragen heeft en de borsten waaraan u gedronken hebt!’ Maar hij zei: ‘Gelukkiger zijn zij die naar het woord van God luisteren en ernaar leven.’

 

Wanneer ben je gelukkig? Als je een engel ziet? Als jij de moeder van Jezus bent, als hij gedragen is  in jouw schoot en als hij aan jouw borsten gedronken heeft?

 

Nee! Wat zegt Jezus zelf: Je bent veel gelukkiger als naar het woord van God luistert en ernaar leeft.

 

Hoe ga jij om met het woord van God? Het woord waar we nu vanmorgen bij stilstaan

Neem die woorden van de engel; die woorden die Maria weer van de herders hoorde en in haar hart bewaarde. Vers 10 en vers 11. Wees niet bang, maar wees blij. Ik heb goed nieuws. In de stad van David is een redder geboren. De Messias, de Heer.

 

Gaat het je ene oor in, ben je even verbaasd, en dan het andere oor weer uit? Dan word je zo iemand uit 2,18. Dan heb je van horen zeggen wel eens iets over Jezus opgepikt. Maar je blijft er koud onder. Kerst? Jezus geboren? Boeiuh! Lekker eten, bedoel je zeker.

 

Of luister je als je iets hoort en ga je Jezus zoeken, zoals de herders deden? Het woord dat ze van de engel hoorden, was het woord van God. En ze deden er iets mee – ze gingen naar Bethlehem. Ze zochten Jezus!

 

Bewaar je Gods woord in je hart, blijf je erover nadenken, zoals Maria dat deed.

Luister jij naar het woord van God en leef je ernaar?

 

Dan wordt het echt Kerstfeest. Die woorden gaan immers over Jezus. Jezus Christus is zelf het woord dat mens werd. En dat woord krijgt kracht door de Geest van Jezus zelf. Jezus, het woord, en de Heilige Geest, ze horen bij elkaar.

 

Dan zul je Jezus zelf ontmoeten. Want Jezus, zijn woord en zijn Geest horen bij elkaar. Door zijn woord en Geest wil Jezus zelf in ons komen wonen. Hier, in onze harten. Toen werd Hij daar geboren en lag Hij in een voerbak. Door de Heilige Geest komt Hij wonen in jouw en mijn hart.

 

Trek je daaraan op, als je het niet ziet zitten – God laat ons niet in de steek. Hij komt ons redden. De redder is geboren. Hij was lang geleden beloofd. Er is lang op Hem gewacht. Nu maakt God een begin. En als God ergens aan begint, dan maakt Hij het af. Er komt vrede op aarde!

 

Laat vreugde je vullen. Op rare en onverwachte manieren doet God wat Hij belooft! De zoon van David is geboren in de stad van David. Een klein kind – Hij is mijn redder!

 

Dan kunnen we ook met de engelen God van harte loven – Ere aan God in de hoogste hemel! Eer aan God, ook hier in onze dagen.